Gepost op maandag 03 maart 2025 - 02:01 am: |
|
|
Een noodzakelijke straf
Ik ben te ver gegaan. En ik wist het. Het begon onschuldig, een kleine uitdaging, een speelse test van grenzen. Maar ik had de lijn overschreden, en dat wist hij net zo goed als ik. Te uitdagend voor op kantoor. Ik ben zijn bezit, zijn eigendom, en eigendom hoort gehoorzaam te zijn. De lucht in het kantoor is zwaar, gevuld met de geur van leder, oud hout en een vage hint van zijn aftershave. De massieve mahoniehouten meubels, de volle boekenkasten en de zware gordijnen versterken de sfeer van macht en orde. Een wereld waarin hij de regels bepaalt. Mijn hoofd is gebogen, mijn ademhaling onregelmatig. Ik voel zijn blik op me, voel de stilte waarin hij me observeert, waarin hij de spanning laat opbouwen. “Je weet waarom je hier bent.” Het is geen vraag. Zijn stem is laag, beheerst. Maar ik ken hem. Ik hoor de onderliggende strengheid, de verwachting in zijn toon. Ik knik. “Ja, Meester.” Kil komt zijn reactie: “Zeg het.” Ik slik. De woorden voelen warm op mijn tong, brandend van schaamte en verlangen tegelijk. “Omdat ik ongehoorzaam was.” Er valt een stilte. Zijn aanwezigheid vult de ruimte, terwijl ik mijn adem inhoud. Dan voel ik zijn vingers onder mijn kin, hij tilt mijn hoofd op. Onze blikken kruisen elkaar. Ik huiver. “En wat gebeurt er met ongehoorzame meisjes?” Zijn hand verdwijnt weer. De verwachting blijft. “Ze worden gestraft, Meester.” Mijn stem is klein, maar duidelijk. Een goedkeurend knikje. “Juist.” Hij loopt bij me weg en gaat zitten in zijn grote leren bureaustoel. Met één vinger wenkt hij me bij zicht te komen. Ik weet wat hij bedoelt, langzaam zet ik een stap dichterbij. Zijn handen glijden over mijn heupen terwijl hij me leidt, me over zijn schoot trekt. Uiterst traag schuift hij mijn jurk omhoog, de koele kantoorlucht streelt mijn huid. Ik voel me kwetsbaar, maar ook volledig op mijn plek. Zijn vingers spelen met de rand van mijn slipje, een stille herinnering aan zijn volledige controle. Hij neemt zijn tijd, streelt even langs mijn dijen voordat hij het zachte stof omlaag trekt. Ik ril als ik voel hoe hij het langzaam over mijn benen laat glijden, tot het op de grond ligt. Maar hij is nog niet klaar. Zijn handen keren terug, glijden over mijn rug, zoeken de rits van mijn jurk. Met een beheerste beweging trekt hij hem naar boven. De stof opent zich rond mijn lichaam, glijdt over mijn huid. “Uit.” Dat ene woordje, het zendt rillingen door mijn lijf. Gedachtes schieten door mijn hoofd. Hij heeft het echt gezegd, wil echt dat ik hier op zijn kantoor me helemaal ontbloot. Uiteraard kan ik niet anders dan doen wat hij zegt. Ik duw mezelf overeind, pak de rand van mijn jurk en trek hem over mijn hoofd. Daar sta ik. Naakt. Ik slik. Mijn ademhaling is hoorbaar terwijl ik mezelf opnieuw over zijn schoot laat zakken. Mijn huid tintelt. Hij laat zijn vingers over mijn rug glijden, over mijn blote heupen, streelt even het gevoelige vlees van mijn billen. “Vijftien,” zegt hij. “En ik wil ze allemaal geteld horen.” Ik knik. De eerste klap komt onverwacht. Een scherpe, vlezige pets die een schokgolf door me heen stuurt. Mijn vingers grijpen de stof van zijn broek vast. “Eén, Meester.” De tweede volgt snel. Een intense warmte verspreidt zich over mijn huid. “Twee, Meester.” Hij neemt zijn tijd. Niet alleen om de klappen zorgvuldig te plaatsen, maar ook om me de spanning te laten voelen - de pauzes waarin ik mijn adem inhoud, wachtend op de volgende. Drie, vier. Mijn billen beginnen langzaam te branden, maar ik blijf braaf meetellen. Vijf, zes, zeven. Ik beweeg onbewust. Mijn lichaam zoekt een manier om de sensatie te verwerken, de heerlijke, prikkelende pijn die zich mengt met iets diepers. Acht, negen, tien. Net nadat ik “Tien, Meester” heb gefluisterd, hoor ik voetstappen in de gang. Mijn hart slaat een slag over als de deur opengaat. Ik verstijf. Er staat iemand in de deuropening. Meester begroet de onverwachte gast en fluistert dan in mijn oor: “Moeten we hem laten kijken?” Zijn stem is speels, maar ik hoor de test erin. Mijn ademhaling hapert. Mijn vingers knijpen in de stof onder me. Dan knik ik. Een goedkeurend geluid, een korte streling langs mijn rug. “Mooi.” En tegen de bezoeker: “Blijf daar staan. Je mag kijken, maar je raakt haar niet aan.” Een korte stilte. Dan een zachte, geamuseerde lach. “Ik zou niet durven.” Mijn maag krimpt ineen bij het horen van die stem. Herkenning slaat in als een schok. Meester’s zakenpartner. Ik heb hem enkele keren ontmoet op feestjes en kan me nog goed de verlekkerde blikken herinneren. En nu ziet hij me zo! Mijn gedachten worden onderbroken, want Meester gaat gestaag verder. Elf, twaalf, dertien. Elke klap zorgvuldig, met opzet geplaatst. Mijn ademhaling wordt zwaarder, mijn huid lijkt van binnenuit te gloeien. Veertien, vijftien. Ik snak naar adem als de laatste slag landt. Mijn lichaam is een mengeling van hitte en tinteling, mijn wangen net zo rood als mijn billen. Meester richt zich tot mij: “Denk je dat je genoeg geleerd hebt?” Ik knipper; mijn hoofd voelt licht, mijn lichaam zwaar en gevoelig. Ik wil antwoorden, maar de juiste woorden blijven uit. “Nou?” Zijn toon wordt strenger. “Ik... weet het niet, Meester,” fluister ik. Achter me klinkt een laag, geamuseerd lachje. “Dat is een gevaarlijk antwoord,” merkt de zakenpartner op. Meester humt instemmend. “Inderdaad.” Hij buigt zich en fluistert opnieuw in mijn oor: “Misschien moet je het nog een beetje langer voelen.” Dan richt hij zich opnieuw tot zijn zakenpartner: “Wat denk jij? Is ze al warm genoeg?” Ik verstijf terwijl ik de ander dichterbij hoor komen, mijn huid tintelt van verwachting. “Mag ik?” vraagt deze met een ondertoon van amusement. Meester knikt. “Voor deze ene keer. Voel maar.” Een andere hand. Warme vingers die over mijn gloeiende huid glijden, zacht drukkend, verkennend. “Mooi rood,” merkt hij op. Zijn duim strijkt langs de rand van mijn bil. “Maar niet warm genoeg, als je het mij vraagt.” Meester lacht zacht. “Dat dacht ik al.” En vervolgt: “Vijf meer,” beveelt hij. “Maar niet zo.” Dan scherp, onverbiddelijk: “Sta op. Handen tegen de muur. Spreid je benen en duw die kont van je goed naar achteren.” Mijn handen vinden de muur, mijn benen schuiven uit elkaar, mijn achterste aangeboden zoals hij het wil. De eerste klap valt direct, hard en doordringend. Twee. Nog intenser. Drie. Mijn vingers drukken steviger tegen de muur. Vier. Mijn knieën voelen week, maar ik blijf staan. Vijf. Ik kreun zacht, mijn hele lijf gloeit. Dan wordt het stil. Ik voel hoe hun blikken over me heen glijden, hoe ze hun tijd nemen om het resultaat in zich op te nemen. Eerst mijn Meester, zijn vingers tasten het gestrafte vlees, beoordelen de hitte, de gevoeligheid. Ook laat hij even een vinger door mijn kut gaan en ik weet dat hij mijn vocht voelt. Schaamte stijgt naar mijn wangen. Dan geeft hij opnieuw toestemming aan de ander om mijn kont te controleren. Deze neemt dat uiteraard graag aan. Langer dan eerst laat hij zijn hand op mijn pijnlijke billen rusten, hij bevoelt ze, verkent ze uitgebreid en geniet er duidelijk van. “Mooi,” merkt de zakenpartner na een tijdje op, bijna bewonderend. “Ja,” beaamt Meester. “Maar ze is nog niet helemaal klaar.” Hij trekt zich terug en richt zich tot mij: “Naar de hoek. Benen gespreid, kont naar achteren, handen in je nek.” Ik gehoorzaam direct, ondanks de schaamte die me nog steeds bedekt als een tweede huid. Mijn voorhoofd bijna tegen de muur, mijn rug hol, mijn hele lichaam tentoongesteld. Achter me hoor ik het zachte schuiven van stoelen, het inschenken van drankjes en het kalme, zelfverzekerde geluid van mannen die gaan zitten. Ze beginnen te praten, ontspannen, alsof ik er niet ben. Maar ik weet beter. Ik ben precies waar ze me willen hebben - te kijk, gestraft, vernederd, en nog altijd van hen.
|
|
|